Tellen

Tellen

Tel wat je hebt.
Ik tel. En prakkezeer. Iets valt me op. Al een hele tijd.

Het is vandaag vaderdag. Er komen odes voorbij aan leuke en toffe vaders, gaaf. Er zijn nog veel meer gave vaders te vinden natuurlijk, maar we delen niet alles. En als het niet gaat, zwijgen we ook. Nou, niet altijd, we wensen degene, die dit een ellendige dag vinden sterkte en denken ook aan hen. Tja, en daar kom ik dan. Helpt dit. Ik word er een beetje kriegel van.

Onze Vaderdag heeft een lastig kantje. Maar deze dag vinden we daar soms net niks van. We praten er over, liefst kort, er mogen tranen zijn, maar die zijn er even niet en soms voldoet, tja, nu net geen last van. Gevoelloos? Nee. Maar het leven mag in al zijn facetten geleefd worden. Soms heb je groot plezier terwijl je verdrietig zou moeten zijn, soms ben je zwaar verdrietig, terwijl je blij zou mogen zijn. Soms heb je een harts-zeer op dagen, dat het jou niet uitkomt en helemaal dwars zit, ook dat. Om welke reden ook. En dat is.

De laatste tijd heb ik nogal wat begrafenissen. Ze horen er helaas bij. Maar soms stemmen ze me blij, om wat ik hoor en wat ik voel. Zie ik stukjes vrede, voel ik verbondenheid. Ervaar ik hoop in meeleven. Dan voel ik Leven, liefde.

Weet je, het gaat me niet om goed of fout. Maar als je naar gemis kijkt, kun je geen vreugde meer delen. En het doet niets af aan het verdriet van de ander. Als we de keerzijde altijd benoemen, is er geen trouwdag, Vaderdag, Moederdag, kinderdag meer te delen, en werkelijk achter elk deurtje is er wat. En soms helpt het niks. Tel wat je hebt, déél wat je mist. Is dat de remedie? Ik denk het. Vanuit dankbaarheid. De dingen delen, die je blij maken en de dingen delen, die je ongelukkig maken. Eerlijk naar je hart kijken. Kwetsbaar is het, absoluut. Maar ook prachtig. Want deel je je hart, dan deel je leven. En steunen, waar het juist zo moeilijk is, doet zoveel. In het echie. Ook als je geen woorden vindt. En blunderen mag.

Pas was ik op een markt. Er reed een man langs mijn kraam en al lang had ik hem willen spreken, want hij reed ineens in een rolstoel. Dit was het moment. Terwijl hij altijd lang haar had, was hij nu kaal. Ik grapte, als je dat nou ook nog doet, ken ik je helemaal niet meer. Ja, zei de man, dat doet chemo. Aj, dacht ik en ik zei het ook. “Want ik zag je vaak lopen, zo gezellig met je kleinkind”. Mijn kind, zei de man, ik begon niet zo vroeg en weer dacht ik, aj en zei, hier kom ik niet goed mee weg, werkelijk, Hij lachte en zei, dit geeft helemaal niks en er volgde een gesprek over moed, over hoop. Vrolijk vervolgde hij zijn weg en hij stemde me blij.

Vrienden gaven me vanmorgen een positieve duw in de rug. Dit wordt jouw week hé, dit wordt jouw week! 50 worden en de buurtkeuken openen, wat een feest. Ik heb maar hartelijk mee gelachen. Tel wat je hebt, het kan je helpen. En lukt het je even niet, dan wens ik je mensen op je weg, die mee tellen. Dan telt het alsnog dubbel.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.

Follow by Email